Conflictstijlen

Wanneer je intensief met één of meerdere personen samenwerkt, kan het goed voorkomen dat er een conflict ontstaat. Maar verschillende mensen ervaren conflicten anders en gaan ook op een andere manier met conflicten om. Een handige test die vaak wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de verschillende conflictstijlen in kaart te brengen, is de Thomas Kilmann-test. Deze test gaat uit van twee assen en onderscheid vijf verschillende stijlen: ontlopen, vermijden, compromissen sluiten, forceren en samenwerken. Alle conflictstijlen hebben hun eigen voor- en nadelen, afhankelijk van het belang en de context waarin het conflict plaatsvindt of tot uiting komt. Hieronder zullen ze kort worden besproken.

Ontlopen: ontlopen betekent letterlijk: zorgen dat het conflict niet besproken wordt. Dit kan handig zijn wanneer je denkt dat de context niet bevorderlijk is (geen goede sfeer, de juiste mensen zijn niet aanwezig, men is gestrest, etc.). Ontlopers zullen proberen een ander onderwerp aan te snijden, of opmerkingen gebruiken als ‘we kijken nog wel’.

Toegeven: mensen die veel toegeven hechten algemeen gezien veel waarde aan de (lange termijn)relatie en minder aan de inhoud van een vraagstuk. Toegevers zijn gevoelig voor de sfeer, vinden het belangrijk om aardig gevonden te worden en durven of willen daardoor niet teveel te focussen op wat zij inhoudelijk gezien vinden.

Forceren: mensen die forceren doen het tegenovergestelde van toegevers: zij vinden de inhoudelijke standpunten belangrijker dan de relatie met iemand. Iemand die forceert, is niet bang voor confrontatie, is gericht op de eigen belangen en het bereiken van het eigen doel. Een forceerder is vaak principieel en laat zich niet uit het veld slaan.

Compromissen sluiten: Mensen die graag compromissen sluiten vinden zowel hun eigen inhoudelijke standpunt als de relatie met de ander belangrijk. Wanneer men zoekt naar een compromis gaat men vooral op zoek naar de punten van overeenkomst en niet zozeer naar de tegenstellingen. Op basis van de overeenkomst probeert men tot een oplossing te komen. Compromissen zijn vooral handig wanneer er weinig tijd is en er toch een oplossing gevonden wordt waarbij er (enigszins) recht wordt gedaan aan de belangen van beide partijen en waarin ook de relatie niet wordt geschaadt.

Samenwerken: samenwerken betekent dat je geïnteresseerd bent in de inhoudelijke visie van de ander, je eigen inhoudelijke visie ook belangrijk vindt en tegelijkertijd waarde hecht aan de relatie. Willen samenwerken betekent vindingrijk zijn, de zaak van verschillende perspectieven bekijken, constructief willen zijn en de ander aanspreken op nonconstructief gedrag. Samenwerken kan leiden tot de beste win-winsituatie, maar kost ook erg veel tijd.

Benieuwd naar hoe je dit in de praktijk kunt brengen? Of benieuwd naar andere aspecten van conflicten? Of speelt er in jouw raad een (onderhuids) conflict? Vraag dan een training conflicthantering aan!