De medezeggenschap in het hoger onderwijs onttrekt zijn positie en rechten aan de Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. In deze wet worden de bevoegdheden, rechten, plichten en kaders beschreven van onder andere het bestuur, het toezichthoudende orgaan en de medezeggenschap. Binnen deze kaders kunnen besluiten genomen worden.

De praktijk leert echter dat met enige regelmaat buiten de kaders getreden wordt en dat bestuurders bijvoorbeeld de medezeggenschap passeren door deze niet (op correcte wijze) te betrekken in het besluitvormingsproces. In andere situaties wordt beleid dat niet heeft kunnen rekenen op instemming van de medezeggenschapsraad toch uitgevoerd. In zulke situaties kunnen medezeggenschapsraden besluiten om een geschillenprocedure te starten. Deze procedure is bedoeld om geschillen tussen bestuur en medezeggenschap binnen het hoger onderwijs te beslechten. Dit kan gaan om bijvoorbeeld het niet naleven van wet- en regelgeving, maar ook het niet nakomen van formele afspraken en toezeggingen.

De vraag wat een geschil is kan op verschillende manieren beantwoord worden. De definitie van het woord “geschil” in algemene zin is “ruzie, onenigheid”. Deze definitie is slechts in beperkte mate relevant of nuttig binnen de context van de medezeggenschap.

De definitie “een formeel meningsverschil” zoals deze vaak wordt gegeven door juristen komt meer in de buurt van de context medezeggenschap, maar sluit niet goed aan bij de doelstelling van dit stuk. Omdat er geen passende definitie gevonden kon worden is er voor deze informatiepagina één gecreëerd:

Een manier om (op juridische wijze) uit een conflict, vraagstuk of meningsverschil te komen”.

Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Het belangrijkste kader voor de geschillenprocedure is de Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW). In deze wet staan de rechten en plichten beschreven van alle drie de organen die nodig zijn bij de beslechting van een geschil: de medezeggenschapsraad, de bestuurder en de geschillencommissie. Hieronder zijn alle artikelen van de WHW die primair relevant zijn voor dit onderwerp opgesomd. Er zijn veel andere artikelen die interessant kunnen zijn in hele specifieke casussen en scenario’s maar dat is afhankelijk van de inhoud van een geschillenprocedure.

Samenvatting belangrijke artikelen


• In artikel 9.39 van de WHW is de rol van de geschillencommissie beschreven. Ook is de benoemingswijze beschreven.

• In artikel 9.40 van de WHW staan de bevoegdheden van de geschillencommissie en de te volgen procedures beschreven.

• In artikel 9.46 van de WHW wordt de procesbevoegdheid van de medezeggenschapsorganen beschreven.

• Omdat hoofdstuk negen van de WHW van toepassing is op de universiteiten worden de artikelen 9.39, 9.49 en 9.46 in artikel 10.26 (wat van toepassing is op de hogescholen) van toepassing verklaard op hogescholen.

• In artikel 10.2 van de WHW wordt het College van Bestuur beschreven.

• In artikel 10.3 van de WHW wordt de delegatie van taken en bevoegdheden beschreven (bijv. naar domeinvoorzitters).

• In artikel 10.3a van de WHW worden de bevoegdheden tot het creëren van organisatorische eenheden beschreven.

• In artikel 10.3b van de WHW wordt het bestuurs- en beheersreglement beschreven.

• In artikel 10.3c van de WHW worden de opleidingscommissies beschreven. Dit zijn geen medezeggenschapsorganen en de commissies kunnen niet zelfstandig naar een geschillencommissie om de commissie geen procesbevoegdheden heeft. Het is echter wel mogelijk om als medezeggenschapsorgaan een geschillenprocedure te starten naar aanleiding van een advies van de opleidingscommissie.

• In artikel 10.17 van de WHW is de rol van de medezeggenschapsraad beschreven. Ook is de benoemingswijze en de grenzen voor het aantal leden beschreven.

• In artikel 10.19 van de WHW staan de algemene bevoegdheden van de medezeggenschapsraad beschreven.

• In artikel 10.20 van de WHW staan de specifieke instemmingsrechten van de medezeggenschapsraad beschreven.

• In artikel 10.20a van de WHW worden de adviesrechten van de medezeggenschapsraad en de studentengeleding van de medezeggenschapsraad beschreven.

• In artikel 10.21 van de WHW wordt het medezeggenschapsreglement beschreven.

• In artikel 10.22 van de WHW worden de eisen met betrekking tot de inhoud van het medezeggenschapsreglement beschreven.

• In artikel 10.23 van de WHW worden de eisen die gesteld worden aan de uitvoering en navolging van het adviesrecht beschreven.

• In artikel 10.24 van de WHW worden de bijzondere bevoegdheden van de medezeggenschapsraad beschreven.

• In artikel 10.25 van de WHW wordt beschreven dat deelraden dezelfde rechten uitoefenen als de medezeggenschapsraad indien het binnen de organisatorische eenheid van de deelraad wordt besloten. Hiermee hebben zij dus dezelfde procesbevoegdheden als de medezeggenschapsraad (10.25 jis. 10.26, 9.46).

Wetboeken

Er zijn veel algemene wetten in Nederland die van toepassing zijn op bijvoorbeeld bedrijven, bestuur of personen. In het geval van onderwijsinstellingen kunnen verschillende wetten van toepassing zijn zonder dat deze beschreven zijn in de Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (de ‘onderwijswet’). Hierbij kan gedacht worden aan de eisen die gesteld worden aan besluitvorming, (goed) bestuur, discriminatie etc.

Branchecode Governance Hogescholen

Door de Vereniging Hogescholen (de koepelorganisatie van hogescholen) is een branchecode opgesteld waarin enkele richtlijnen opgenomen zijn voor goed bestuur. Deze code biedt in de huidige vorm niet veel gelegenheid voor medezeggenschapsraden om bestuurders ook daadwerkelijk te bewegen tot goed bestuur.

Reglement Landelijke Geschillencommissie

Het reglement van de landelijke geschillencommissie is een uitgebreide uitwerking van relevante artikelen uit de WHW en een beschrijving van de procedures die gevolgd moeten worden binnen een geschillenprocedure.

De procedures en processen worden in het hoofdstuk “Stappen geschillenprocedure” nader toegelicht. Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit reglement enkel van toepassing is op geschillenprocedures die gevoerd worden bij de Landelijke Commissie voor Geschillen in het Hoger Onderwijs. Procedures bij de Ondernemingskamer of andere instanties kennen andere reglementen en richtlijnen.

Medezeggenschapsreglement

Zoals beschreven in artikel 10.21 en 10.22 van de WHW is er per onderwijsinstelling een medezeggenschapsreglement. Hierin staat de uitwerking van de basisartikelen in de WHW evenals de verdere specificering van de procedures met betrekking tot het voeren van geschillenprocedures.

Collectieve Arbeidsovereenkomst

In de cao staan enkele rechten beschreven voor de medezeggenschapsraad en de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad. Deze bevoegdheden (veelal instemmings- en adviesrechten) zijn daarmee buiten de WHW om geregeld. Dit betekent niet dat deze bevoegdheden minder waard zijn, geschillen op basis van de cao komen ook voor.

Bevoegde instanties

Voor de beslechting van geschillen tussen medezeggenschap en het bestuur van een universiteit of hogeschool zijn er in Nederland in principe twee bevoegde instanties. Beide instanties zijn wat betreft bevoegdheden tot op zekere hoogte beperkt en vullen elkaar aan.

Landelijke Geschillencommissie

Voluit heet dit orgaan de Landelijke Commissie voor Geschillen in het Hoger Onderwijs (LCGHO). Dit orgaan is voor veel meer onderwijsrichtingen de wettelijk geregelde geschillencommissie. Medezeggenschapsraden kunnen in beroep bij de geschillencommissie voor in principe alle aangelegenheden die voortvloeien uit hetgeen dat beschreven is in het hoofdstuk “Kaders”.

De geschillencommissie is in de huidige vorm behoorlijk beperkt. De commissie kan namelijk enkel oordelen over de inhoud van kwesties, maar kan hier geen gevolgen aan verbinden. Soorten geschillen waarover de commissie kan oordelen zijn:

  • Instemmingsgeschillen
  • Adviesgeschillen
  • Reglementsgeschillen
  • Interpretatiegeschillen

In het geval van bijvoorbeeld een interpretatiegeschil waarin de bestuurder beleid heeft ingevoerd zonder instemming van de medezeggenschapsraad kan de commissie oordelen dat dit wel had gemoeten. Maar de commissie kan vervolgens het beleid niet terugdraaien. Hiervoor zal de medezeggenschapsraad naar de Ondernemingskamer moeten. Beroep is na de geschillencommissie mogelijk bij diezelfde Ondernemingskamer.

Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam is bevoegd om geschillen tussen onderdelen van organisaties en personen te beoordelen. Hiermee is de Ondernemingskamer voor alle medezeggenschapsorganen toegankelijk. Hoewel de Ondernemingskamer meer bevoegdheden heeft dan de geschillencommissie is het niet altijd wijs om bij hen een geschil te starten. Een geschillencommissie opereert binnen de context van de onderwijssector, terwijl de Ondernemingskamer veelal zaken van grote ondernemingen behandeld. Tevens is de Ondernemingskamer een rechterlijk orgaan met alle procedures en professionaliteit die daarbij hoort. Waar het bij de geschillencommissie mogelijk is om zonder juridische ervaring een casus te winnen, is dit niet zo vanzelfsprekend bij de Ondernemingskamer.

Stappen geschillenprocedure

Wat betreft de stappen in het geschillenprocedureproces is onderscheid te maken tussen praktische stappen en formele stappen. Beide soorten stappen in het proces worden hier behandeld.

  1. Aanleiding tot geschilZonder aanleiding kan er geen gevolg zijn. De eerste stap van een geschillenprocedure is een aanleiding. Dit kan een onduidelijkheid, meningsverschil, conflict of principekwestie zijn.
  2. RaadbesluitDe medezeggenschapsraad of bestuurder besluit om een formele geschillenprocedure te starten. Dit kan bijvoorbeeld in een vergadering van de medezeggenschapsraad.
  3. Poging tot minnelijke schikkingDe poging tot minnelijke schikking is een verplichte stap in de procedure en staat in de WHW beschreven. De wetgever bedoeld hiermee dat er eerst een poging gedaan moet worden binnen de onderwijsinstelling alvorens een externe partij zal oordelen over de kwestie. In het geval van een centrale medezeggenschapsraad is de Raad van Toezicht de aangewezen partij om de poging tot minnelijke schikking te doen. Bij deelraden is het College van Bestuur verantwoordelijk voor het doen van de poging tot minnelijke schikking.
  4. VerzoekschriftAls de poging tot minnelijke schikking succesvol is – en beide partijen akkoord zijn gegaan met het schikkingsvoorstel – dan stopt de procedure, er is immers geen grond meer voor een geschillenprocedure. Als de poging tot minnelijke schikking echter niet succesvol is dan zal de partij die de procedure gestart heeft een verzoekschrift moeten indienen bij de landelijke geschillencommissie of de Ondernemingskamer. In dit verzoekschrift moet ten minste het doel van het verzoekschrift en de onderbouwing van de voorgelegde kwestie beschreven zijn.
  5. VerweerschriftZodra de beoordelende instantie het verzoekschrift ontvangen heeft – en heeft vastgesteld dat deze voldoet aan alle eisen en dat er een poging tot minnelijke schikking heeft plaatsgevonden – zal er verzocht worden aan verweerder (de andere partij) om een verweerschrift in te dienen. Het verweerschrift moet ingaan op het geschil in kwestie en zal de argumenten van de verzoeker moeten weerleggen.
  6. ZittingNadat alle schriftelijke communicatie heeft plaatsgevonden zal de instantie beide partijen uitnodigen voor
    een zitting. Deze zitting zal plaatsvinden in het gebouw waarin de instantie gevestigd is (Utrecht voor de geschillencommissie en Amsterdam voor de Ondernemingskamer).De zitting wordt voorgezeten door de voorzitter van de landelijke geschillencommissie en wordt bijgestaan door twee andere leden. Allen worden benoemd door de minister, maar dit enkel na voordracht van de gezamenlijke instellingen (Vereniging Hogescholen en Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) en de medezeggenschapsorganen. Beide partijen dragen één lid en één plaatsvervangend lid voor.De zitting bij de geschillencommissie zal minder formeel zijn dan de Ondernemingskamer en hier dient rekening mee gehouden te worden door de partijen. Het komt als snel vreemd over door heel onprofessioneel te zijn bij de Ondernemingskamer, en vice versa.Tijdens de zitting krijgen beide partijen de gelegenheid hun zegje te doen en om op elkaar te reageren. Dan worden vragen vanuit de commissie verduidelijkt en tot slot krijgen beide partijen nog eenmaal de gelegenheid om te spreken via de pleitnotitie of het slotwoord.De fysieke setting van de commissie is als volgt:zitting
  7. UitspraakHet gehele formele gedeelte van het proces wordt afgesloten met de uitspraak. Deze volgt veelal weken (vier of meer) na de zitting en geeft naast de uitspraak ook een samenvatting van het verloop van de zitting en de overwegingen van de commissie. Beide partijen kunnen naar aanleiding van de uitspraak beroep aantekenen bij de Ondernemingskamer als het geschil plaatsvond bij de geschillencommissie. Deze zal echter enkel kunnen oordelen op basis van een geschillencommissie die een onjuiste toepassing aan de wet heeft gegeven.Na de uitspraak is dan weliswaar het formele gedeelte van een geschillenprocedure afgerond, maar er begint ook iets nieuws. Beide partijen zullen moeten kijken wat de gevolgen zijn van de uitspraak en hoe hiermee om wordt gegaan in de organisatie.